Algemene Homepage

Wat is TsjechiŽ

 Tsjechisch Alfabeth

Het Tsjechisch maakt gebruik van het Romeinse alfabet, net als het Nederlands. Het Tsjechisch heeft echter wel een uitgebreider Romeins alfabet dan het Nederlands. Het Tsjechisch alfabet telt 42 letters.

Aa   ŃŠ   Bb   Cc   Č č  Dd     Ďď    Ee    …ť    Ěě    Ff    Gg  Hh   Chch  Ii    ÕŪ    Jj    Kk    Ll  Mm   Nn   Ňň   Oo   ”ů    Pp    Qq    Rr    Řř     Ss    äö   Tt     Ťť   Uu   ŕķ  Ůů   Vv      Ww     Xx  Yy   ›ż  Zz     Žž

 

BuiltWithNOF

TSJECHIE

Informatie over het land:

Geografie

Algemeen

TsjechiŽ (officieel: Ceska Republika of kortweg: Cesko) is een republiek in Midden-Europa. TsjechiŽ heeft een oppervlakte van 78.864 km2, verdeeld over de streken Bohemen en Moravie.

TsjechiŽ is daarmee ongeveer twee keer zo groot als Nederland.
Het land grenst aan geen enkele zee, de dichtstbijzijnde zeeŽn zijn de Oostzee in het noorden en de Adriatische Zee in het zuiden, beide op meer dan 300 kilometer afstand. TsjechiŽ grenst in het noordoosten aan Polen (658 km), in het oosten aan Slowakije (215 km), in het zuiden aan Oostenrijk (362 km) en in het westen en noordwesten aan Duitsland (646 km).

Op veel plaatsen is sprake van vulkanische activiteit die zich voordoet in de vorm van warmwaterbronnen.Rond die plekken zijn de beroemde kuuroorden en badplaatsen ontstaan.

Landschap

TsjechiŽ vertoont naar ouderdom als naar vorm zeer verschillende landschapsvormen. Het landschap wordt gekenmerkt door een opeenvolging van bekkenvormige laagvlaktes die door gebergtes van elkaar worden gescheiden. Deze landschappen zijn in drie hoofdgroepen te verdelen:

De bekkens en gebergten van het Boheemse massief.
Dit massief is een geplooid gebied dat de Boheemse laagvlakte in een wijde boog omsluit. Dit massief omvat in het noorden het Sudetengebergte met als hoogste top de Schneekoppe of Snezka (1603 meter) in het Reuzengebergte. Het Reuzengebergte is tevens een Nationaal Park en overwegend begroeid met naaldbomen. De bron van de rivier de Elbe (Labe) is ook te vinden in het Reuzengebergte.
Ten westen hiervan ligt het Ertsgebergte of Krusne hory, dat de noordwest- en noordgrens met Duitsland markeert en rijk is aan delfstoffen, o.a. bruinkool. Aan de voet hiervan ligt het vulkanische Duppauergebergte (Doupovske hory) met veel minerale bronnen, die de aanleiding zijn geweest tot het ontstaan van de Tsjechische kuuroorden. Richting zuidoosten ligt het Fichtelgebergte en het Boheemse Woud, gemiddeld ca. 1150 meter hoog met als hoogste top de Javor met 1330 meter.
De Boheemse laagvlakte bestaat in het zuiden uit het lage massief van Zuid-Bohemen en o.a. het Luschnitzer bekken. Door de Boheemse laagvlakte stromen een aantal rivieren, waarvan de Moldau (Vltava) de bekendste is. Ten noordwesten hiervan ligt het heuvellandschap van het Brdawoud (tot 850 meter hoog) en de heuvellandschappen van Noordwest-Bohemen. In het oosten wordt Bohemen van MoraviŽ gescheiden door de Moravische hoogten (tot 660 meter hoog).
Aan de voet van Jizerske hory ligt het Boheems Paradijs (Cesky raj), een natuurgebied met grillige zandsteenrotsen. Vlak bij Praag ligt de Tsjechische Karst (Cesky kras), een gebied dat bekend is om zijn druipsteengrotten.

De Silezisch-Moravische corridor
Dit is een licht geaccidenteerd gebied tussen het Boheemse en het Moravische deel dat bestaat uit sedimenten en vulkanische gesteenten.
MoraviŽ is over het algemeen betrekkelijk vlak met lage bergen en heuvels van het Boheems-Moravisch Hoogland in het westen.

De bekkens en gebergten van het jongere plooiingsgebergte in MoraviŽ, deel uitmakend van het westelijk deel van de Karpaten.
De landschappen van MoraviŽ vallen samen met de Witte en Kleine Karpaten.
De rivier de Morava loopt van het noorden naar het zuiden en mondt in de Donau uit. Door de rivier is een breed dal ontstaan.
Ten noorden van Brno ligt een bekend kalksteengebied met veel druipsteengrotten, onderaardse meertjes en rivieren, de Moravische Karst (Moravsky kras)

Rivieren en meren

De Boheems-Moravische hoogten, het Jesenikygebergte en de Karpaten vormen een natuurlijke waterscheiding tussen de stroomgebieden van rivieren waarvan de loop aan de ene kant is gericht op de Noord- en de Oostzee en aan de andere kant op de Zwarte Zee. De Labe (Elbe), Vltava (Moldau), Sazava, Orlice, Jizera, Otava, Berounka en Ohre (Eger) voeren water uit het Boheemse bekken naar de Noordzee af.
Het water van de Luznicka Nisa (Neisse) en de Odra (Oder) stroomt naar de Oostzee. De Morava (March), Dyje, Svratka en de Jihlava monden uit in de Donau, die naar de Zwarte Zee stroomt. TsjechiŽ heeft niet zoveel natuurlijke meren; het zijn voornamelijk door morenes opgestuwde meren in de gebergten (Sumava). Het grootste kunstmatige meer is het Rozemberk-meer, gemaakt in 1590 en ca. 500 ha groot.
De talloze, meest middeleeuwse kleine stuwmeertjes, rybnyk geheten, liggen voornamelijk in Zuid-Bohemen en beslaan samen een oppervlakte van 415 km2. Er zijn vele moderne stuwmeren, voornamelijk in de Vltava en het grootste stuwmeer is het Lipno-meer.

[TsjechiŽ Startpagina] [Wat is TsjechiŽ] [Regiofoto's] [Slowakije] [Menukaart] [Tsjechische muziek] [externe links] [gastenboek en e-mail]